Alleen kun je veel, samen kun je alles.

Home » Bewoners verhalen » Will Knol

 

 

                                                                                                                                                                                                             Klik op een foto voor vergroting.

Even voorstellen

Mijn naam is Will (Willie) Knol . Geboren in juni 1947 als oudste zoon van Henk en Bep Knol. Rudie was mijn jongere broer, Annelies en Marion mijn jongere zussen. Onze ouders zijn inmiddels overleden en tot ons aller verdriet is zus Marion juli 2021 overleden.

Mijn wieg stond op de zolderverdieping van de Tinweg in de Staalbuurt. Ook mijn broer is daar geboren. Het geluk kon niet op: in 1951 kregen mijn ouders een splinternieuwe woning aangeboden aan de Diepenbrocklaan nr. 59. Annelies en Marion zijn daar dan ook geboren. Voor die tijd een zeer ruime “starterswoning”. Omschrijving woning: voor/achterkamer, gescheiden middels schuifdeuren. Kolengestookt fornuis in de keuken om te koken, kolengestookte haard  in de voorkamer voor de verwarming. Als bijverwarming een petroleumkachel in keuken. In de bijkeuken een soort verhoog dat geopend kon worden door klapdeurtjes. Daar achter een granieten wasbak. Verder 3 slaapkamers. In de tuin een houten schuur met daarin een kolenhok en plaats voor aardappelopslag. Kolenscheppen in de winter was daarom een bron van onderlinge twist. Zaterdags rondom het middaguur kreeg een ieder een schrob en boenbeurt. Een warmwatervoorziening ontbrak. Als ligbad fungeerde een zinken teil handmatig (bij) gevuld met warm water afkomstig van het fornuis. Van huisisolatie had men niet gehoord laat staan een warmwatervoorziening. Midden jaren “50 werd er gekookt op een gaspit waarvan het gas afkomstig was van de gasfabriek aan het kanaal.

Buren en vriendjes.

Voor zover ik mij het kan herinneren woonden in de nabijheid van de Diepenbrocklaan 59: de families Snitselaar, Bucher, Driessen, Birza, Bakker, vd Klei, Blei, Thomassen, Vlottes e.v.a. Aan de Mendelssohnlaan: de families Oosting, Wieringa, Stoppenlenburg, Kamphuis, Waaijenberg, Roelever, van Doorn e.v.a. Als vriendjes teveel om op te noemen. Het was een zeer kinderrijk- en vriendelijk buurtje met veelal jonge gezinnen. Het buurt gebeuren speelde zich hoofdzakelijk buiten, op of rondom de straat af. Dat kon gemakkelijk want er waren amper auto’s in het straatbeeld van de jaren “50.  Voor zover ik het mij nog kan herinneren slechts drie resp. van de  families Bakker, Thomassen, van Rossum. Een enkeling had een soort vreemd motorisch aangedreven fiets (Berini) maar het merendeel van de ouders had een degelijke fiets. Hier en daar een step voor de jeugd maar veel werd te voet gedaan. Ikzelf kreeg op mijn 11 jaar pas mijn eerste fiets. De straten waren bestraat met Waalsteentjes. De Oud Beekbergerweg was vanaf de Mendelssohnlaan tot aan Beekbergen een soort zand/steentjes/leemweg waarin na forse regenbuien de ontstane gaten in het “wegdek” gevuld werden met een aangestampte leem massa. Dit werd gedaan door personeel van de GW. GW stond voor Gemeentewerken door ons smalend Geen Werk genoemd.

Scholen

Wij waren een RK gezin met idem de scholing daaraan verbonden. Aan de hand van buurjongetje Mart Snitselaar begon mijn kleuterschool tijd aan de Sweelinckschool Oude Beekbergerweg. Nadien naar de Maria Gorettie Kleuterschool aan de Fabianusstraat, twee houten lokalen achter de Veste. De kleuterschool stond onder leiding van nonnen, bij mij weten verbonden aan Huize Sint Marie. Na de kleuterschool werd de St. Jozefschool aan de Fabianusstraat bezocht. Leerkrachten waren daar o.a. Straus, Tanke,Voskuilen, Beerenschot, Libert, Jacobs e.a. Het was ouderwets lesgeven met af een toe en tik op je vingers met een liniaal of twijg, uur lang in de hoek staat, klopklop op je kop met de pijpenkop. Ach ja, wie is er niet groot mee geworden. Op mij 12e hoefde ik zaterdags niet meer naar school vanwege de invoering van de 45-urige werkweek. Wij gingen lopend naar school. Het Hofveld bestond als zodanig niet en was een gewoon veld met een paadje. Vanwege het grote kindertal waren er naast de St. Jozefschool meer lagere scholen in de wijk: de Mariaschool, Theo Thijssenschool, Sweelinckschool, en Finse school.

Speelgoed en spelen

Mens erger je niet, Ganzenbord, Halma, dammen, kaarten, sjoelen waren de spellen die binnenshuis gespeeld werden. Indien aanwezig, de meiden de poppen en de jongens de auto-tjes. In ons geval werd er ook vaak gebruik gemaakt van de St. Jozefschool bibliotheek. Arendsoog, Pim Pandoer, Cony Coll was favoriet leesvoer. De strips Tarzan, kapitein Rob, Donald Duck, Kick Wilstra werden languit liggend verslonden op de kokosmatten in het schuurtje van de fam. Oosting. Bovenstaande activiteiten uitsluitend als slecht weer faciliteiten. Maar het “echte” spelen vond buiten plaats.Je kon overal spelen, m.n. in de vele paadjes achter de huizenblokken. Potje knikkeren, kuiltje in de grond en mikken maar. Gatrik, soort van slagspel met lang/kort stokje en sleufje in de grond. Landpikkertje, een vierkant krassen in de grond als land vervolgens met mes daarin gooien om een bepaald stuk land in te pikken. Was altijd wel iemand met zakmes. Het mes moest wel met het lemmet rechtop in het vierkant terecht komen anders was de worp ongeldig. Met name het spelen van Gatrik en Landpikkertje bracht regelmatig lichamelijk letsel teweeg. Ook verstoppertje, bokspringen, touwtje spring stond hoog genoteerd evenals buskruid, w.i. een leeg conservenblik deels gevuld met steentjes zover mogelijk weggooien. Tijdens deze bezigheid kon men zich verstoppen om de bus te veroveren. En niet te vergeten: Tollen. Benodigdheden, tol, stok met stevig touwtje, een beste zwiep en …..hoppa, weer een ruit kapot.Ook ondeugd/kattenkwaad maakte deel uit van het buitenspel. Belletje trekken, portemonnee aan een touwtje, ruitje tik, stopnaald met daaraan een steen met een touwtje in raamkozijn prikken. Daan aan het touwtje trekken voor het tikgeluid. Appels/peren/kersen jatten stond ook op het buitenspel-menu evenals wilde eenden eieren uithalen. Ook werd aan sport gedaan. Gewoon met een gummibal in de Mendelssohn- of Diepenbrocklaan. Vaak ook, als er geen koeien aanwezig waren, in de weilanden langs de Oude Beekbergerweg. Een oude jas of een zandbult fungeerde als doelpalen. Een enkele keer werd gebruik gemaakt van een echte lederen bal. Deze bal was toen niets meer dan een genaaid omhulsel van leer waarin een opblaasbare rubberen binnenbal. De bal werd met een lederen veter dicht gebonden als ware het een schoen. Arm hoofd als het vetergedeelte precies op je voorhoofd kwam tijdens een kopbal. Ook had dit soort ballen de gewoonte water op te nemen. Winters schaatsen op een stuk ondergelopen weiland naast de Theo Thijssenschool of, indien open, de ijsbaan van Malkenschoten. Lees hierover ook de bijlage  “een schaatsverhaal”. Voor watervertier was zwembad de Hagebrug de aangewezen plek. Op warme dagen waren wij daar van 07.00 tot sluitingstijd te vinden. Op wat latere leeftijd werd ik lid van gymnastiekvereniging KDO dat gebruik maakte van het sportzaaltje van de Finse School.

De Beken

Aan de Oude Beekbergerweg een tweetal beken. Deze zg. sprengbeken (gegraven om het Apeldoorns kanaal van water te voorzien) hebben hun oorsprong in de bossen ten zuiden van de Laan van Westenenk.De beken en het terrein rondom was hét speeldomein van ons. De beken hadden door ons gegeven namen: de Rode beek en de Witte beek, ook wel de Eerste beek of Tweede beek. De Rode (Eerste beek) heeft zijn rode kleur te danken aan het zg. ijzeroer. De witte beek had haar naam weer te danken aan de zeer heldere ondergrond en het bijzonder schone water. Wij dronken hier gewoon uit. De Eerste beek, de Kayersbeek liep via de Oude Beekbergerweg in een bocht achter de weilanden door om in het Apeldoornse kanaal uit te komen. Wee je gebeente als je in die beek terecht kwam! Boze moeders die maar zien moesten hoe je kleren/schoenen schoon te krijgen. De Tweede beek, de Zwanensprengbeek, liep van de Oude Beekbergerweg via de watervallen van de viskwekerij rechtstreeks in het kanaal. Deze beek werd ook gebruik als “voorwasprogramma” als je weer eens in de rode beek was beland tijdens het beekje springen. De afstand deze beide beken was toentertijd ter hoogte van de Oude Beekbergerweg ca. 50 meter. De beken en directe omgeving waren aan dagelijkse inspectie onderhevig. Ene  heer Bronkhorst had de twijfelachtige eer dit naar eer en geweten te doen…….sorry heer Bronkhorst. In de Tweede beek een klokhuis (afgesloten ruimte met daarin een soort waterrad om de stroom te versnellen). Regelmatig kwam het dus voor dat er tussen de bodem van de beek en het rad zich een dikke stok bevond waardoor het rad niet meer kon draaien en de beek achter het rad nagenoeg droog viel. Met als gevolg……de viskwekerij had onvoldoende doorstroming wat niet zo bevorderlijk was voor de forellen.

Verder werd er veel aan verspringen gedaan, d.w.z. een aanloop nemen, springen en dan maar hopen dat je droog aan de overkant kwam. Tussen de Oude Beekbergerweg en Arnhemseweg was namelijk geen brug over de beken.  Dus het was omlopen of…..juist….een nat pak halen. 

Op de kermis

Op een stuk weiland gelegen naast de Theo Thijssenschool werd jaarlijks een meerdaagse kermis opgezet. Uiteraard waren wij daar niet weg te slaan. Doorgaans bestond deze kermis uit een touwtjetrek, snoepkraam, schiettent, hijskraan tent waarbij de opgeviste waar altijd uit de klemmen viel tijdens het hijsen. Verder de wat grotere attracties zoals bokstent, steile wand, cake walk en botsauto’s. Dit waren benzine aangedreven auto-tjes bereden op een komvormige en van houten planken voorzien ondervloer. Levensgevaarlijk want die dingen reden best hard. Ook werd men vriendelijk verzocht niet te botsen en één rijrichting aan te houden. Menigeen heeft daar zijn tanden verloren. Ook werden diverse spelen georganiseerd waarvoor men zich kon opgeven. O.a. zaklopen, ringsteken, steppen, blind koekhappen. De kermisdagen werden afgesloten middels een voor die tijd enorm vuurwerk, 6 knalpotten en vijf vuurpijlen aangeboden door de plaatselijke middenstand.


TV kijken

Mid jaren “50 begonnen de TV uitzendingen. Een ongekend fenomeen voor die tijd. Een TV toestel was slechts te vinden in enkele gezinnen in de buurt. Één zender verdeeld over een paar omroepen. Tegen betaling van een paar centen werd er gedurende een uur woensdagmiddagen  TV gekeken bij de fam. Schiphorst aan de Diepenbrocklaan. O.a. Dappere Dodo, Morgen gebeurt het, wie wil mijn marmotje zien. Nou iedereen wilde het marmotje van ene tante Hannie wel eens zien! Wij hadden als familie het voorrecht om ten huize van kapper Steman aan de Arnhemse weg de voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal te zien. De tussendeuren die de kapsalon scheidden van de woonkamer werden open geschoven, de jeugd helemaal vooraan op de vloer, ouderen achteraan, de kapgasten in de stoelen. Werkelijk ademloos werden de verrichtingen van het Nederlandse elftal aanschouwd. Enkele namen die mij te binnen schieten: Faas Wilkes, de Munck, alias de zwarte Panter, Abe Lenstra, Cor van der Hart, Piet Kraak e.a. De dag daarna natuurlijk direct een potje straatvoetbal waarbij ruzie gemaakt werd wie een bepaalde speler van het Nederlands elftal mocht zijn. Wij kregen pas TV in 1961. De prijs bedroeg ca. Hfl. 1100. Een kapitaal voor die tijd.

Het Heitje

Een relatief klein heidegebied tussen de rode en witte beek. Een uniek stukje natuur waar volop reptielen te vinden waren die dan ook door ons in kleine aantallen gevangen werden om gehuisvest te worden in grote glazen potten of vazen. Zo had mijn broertje een soort terrarium gemaakt van een oud afgedankt theekastje van onze grootouders. Verschillende soorten hagedissen, hazelwormen, jonge adders bevolkten de bovengenoemde verblijven. Ook een verscheidenheid van flora was daar te vinden. Een stukje paradijs doorkruist met smalle looppaadjes passend bij de omgeving. Gedeeltelijk liep parallel langs de Oud Beekbergerweg en voorlangs het heitje een sloot van ca. 1,5 meter breed. Deze sloot gevoed door een bron uit Malkenschoten stroomde door de weilanden rondom en waterde af in de rode beek. In deze sloot werd veelal door de schooljeugd massaal stekelbaars, salamander, kikkerdril gevangen om tentoongesteld te worden in glazen weckpotten in de diverse huiskamers en schoollokalen.

Rotje Knor

Een relatief groot gebied begroeid met gras, brem en naaldbomen naast de nabijgelegen weilanden van Malkenschoten. Rotje Knor was de verbastering van Rodeo Farm, tot begin jaren “50 een soort familiepark bestaande uit een dierenpark, een grote speeltuin en twee grote buitenzwembaden. 

Dit was werkelijk het eldorado voor de jeugd. Waar vind je nog een groot onbewoond gebied, verloederde buiten-zwembaden en een zeer verwaarloosde speeltuin met toestellen. Dit alles omringt door water, weiland, bomen en struiken? Ongelimiteerd hutten maken, ook ondergronds, of een soortement tentenkamp opzetten. Vuurtje stoken, aardappels poffen en clandestien verkregen meel “omzetten” tot pannenkoek. Niets en niemand die er wat van zegden of tegenhield. Alles kon, mocht en was mogelijk. Een bron van vermaak en kinderplezier. Een oude legertent afkomstig van een oom die in de Oost gediend had diende verschillende zomers als commandocentrum. Hierin werd zelfs gekookt en geslapen. Betere buitenspeel omstandigheden kan men zich niet voorstellen. En dat gedurende het hele jaar, dag en nacht open, 24/7 zeggen wij vandaag de dag. Alhoewel je moeilijk kan vergelijken, jeugdjaren beleef je maar eenmaal, kan ik een mooier en fijne jeugd niet voorstellen.

Hoe het verder ging

Vanwege het werk van mijn vader zijn wij als gezin in 1961 verhuisd naar de wijk Orden. Een nieuwbouwwoning aan de P.P. Rubenstraat 6 werd ons domein. Een totaal andere wijk qua opbouw en kind- speelmogelijkheden. Zuid werd in het begin daarom ook node gemist.

Uiteindelijk is alles goed gekomen. Ik ontmoette een leuke meid, Willie Holterman van de Oud Beekbergerweg, trouwden, kregen 2 kinderen en zijn de gelukkige grootouders van twee kleinkinderen. Inmiddels delen wij al 50 jaar lief en leed samen.

Na mijn schoolopleiding ben ik werkzaam geweest bij Houtum & Palm en van Gelder Papier. In de jaren “70 zijn we verhuisd naar Friesland alwaar ik tot mijn vroegpensioen projectleider was bij het Zweedse bedrijf SCA. 

Als hobby muziek, o.a. jazz/blues luisteren/maken, gitaren, computeren en lezen. Het gaat ons verder goed.

 

Door hier te klikken een schaatsverhaal als bonus!


Reacties facebook.

Evert Zijlstra

Willy Knol, woonde volgens mij naast Martie Snitselaar ik dacht op 59.
 
 
Wat een geweldig verhaal, heel herkenbaar. Wij hebben vanaf midden jaren ‘50 en 60-‘70-‘80 en ‘90 in de Valeriuslaan gewoond. En hele fijn buurt met hele mooie herinneringen.
 
 
Mijn jongere broer was bevriend met Rudy Knol, die kwam veel bij ons thuis. Ik was vaak bij de fam vd Kleij te vinden

 

Jenny Stuiver

wij wonen er al 43 jaar met plezier.
 
Christien Valenti
Pracht verhaal ,zo herkenbaar ,ons huis stond aan de Bachlaan.

 

Gre Bonhof de Graaf

Wij wonen er ook al en nog steeds sinds 1978

 

Gerrie Veldwijk

Heel leuk echt een tijdscapsule. Ik herken het helemaal.

 

Nico Leemkuil

heel mooi verhaal

 

Henny Sloot-Belt

Ja daar had ik 1966(ben ik geboren) tot 1990. Eerst op nr 30 gewoond en daarna op nr 18. Mooie tijd gehad toen ik klein was met buren gespeeld.
 
 
Heel herkenbaar geweldig.

 

 




Reactie plaatsen

Reacties

Ruud Knol
een maand geleden

....en ik mis de duivenhouderij 'n beetje in het verhaal! Hoort toch ook thuis in zo'n wijk. Maar: ik kan mij herinneren dat pa Adams, na zijn werk met Singers naaimachines, er een duivenhok met inhoud op nahield, soms fluitend achterin de tuin om z'n duifjes binnen te loodsen. Theo, zijn zoon, vertelde iets over het schoonmaken van zo'n hok, sorry, want 'n stront kwam daaruit....

Elise Knol
een maand geleden

Wat een mooie herinneringen;-)

Bert van de veen
een maand geleden

Hallo wil wat leuk van je alles is bekend zat alleen op de sweelinckschool maar de rest is een leuk verhaal. Gr bert

P Adams
een maand geleden

Beste Willy,

Ik herken bijna alles uit jouw verhaal. Wij woonden in de Chopinlaan en ik heb jullie huis zien bouwen. Met de fam vd Kleij was ik bevriend en daar was ik ook veel te vinden. Jouw broer kwam veel bij ons thuis.

Vooral de beschrijving van het heitje is geweldig. Ik denk dat in deze tijd niemand het daar durfde te bouwen. Nu is dat schitterende stukje verdwenen onder de Strausslaan.

Bedankt voor je mooie verhaal

Groeten van Piet Adams

Will
een maand geleden

Beste Piet, bedankt voor je reactie. Moest weer even in mijn geheugen spitten maar lampjes gaan branden. Jouw huis stond volgens mijn interne schijf voorin aan de Chopinlaan. Tussen de Mendelsohnlaan en jullie huis een bosje. Ooit groeven wij daar een soort steile wand (kombaan) om te trachten deze met een fiets en step te bedwingen. Ik heb de bouw van de "kippenhok" woningen aan de Mendelsohnlaan/Oud Beekbergerweg nog meegemaakt evenals de ontwikkeling van het Hofplein. Jij was bevriend met Theun v/d K? Speciaal voor jou een muziekje:
youtube.com/watch?v=dKByc2LzoS8
Hartelijke groet, Will

Henk Polko
een maand geleden

Geweldig, mooi en herkenbaar. Dank je Wil voor zo’n duidelijk beeld uit die tijd met zoveel herinneringen.

Will
een maand geleden

Graag gedaan Henk, bedankt voor je reactie.
Grt, Will