Alleen kun je veel, samen kun je alles.

Home » Bewoners verhalen » Martin Karssen

Martin Karssen


In 1947 ben ik geboren in de kraamkliniek aan de toenmalige Zwolseweg. In die tijd had je niet zomaar een woning en woonden mijn ouders “IN”, eerst op het Sophiaplein en later aan de Langeweg. In april 1953 kregen wij een eigen huis aan de Debussylaan 8. Daar heb ik tot mijn 26e gewoond en van daaruit getrouwd en verhuisd naar een dienstwoning van kuikenbroederij Schimmel aan de Oude Zwolseweg waar mijn vrouw werkte. Na een jaar kochten wij een huis aan de Anijsstraat waar we 18 jaar gewoond hebben, vervolgens verhuisden we naar De Tol waar we slechts 5 jaar gewoond hebben en toen weer verhuisd naar de Ina Boudier Bakkersingel waar we 17 jaar gewoond hebben. In 2014 toen de kinderen al even het huis uit waren wilden we wat kleiner gaan wonen en kochten we een huis aan de Cantatestraat, helaas was de overgang te groot en besloten we maar om weer te verhuizen. Dat is nu v.w.o.b. ook de laatste keer geweest. Nu wonen wij aan de Helmbloem en dat bevalt prima. Ondanks dat ik al sinds 1973 weg ben uit Zuid kwam ik er nog heel vaak, mijn moeder heeft er tot maart 2014 gewoond, 61 jaar!! Door een ongelukkige val moest zij toen verhuizen naar de Radiumstaete.   

Mijn lagere schooltijd heb ik als zovele kinderen uit Zuid op de Theo Thijssenschool doorgebracht, ik was een middelmatige leerling die alles leuker vond dan leren. Ik kon het wel zeiden de leraren, maar ik gooide er regelmatig met de pet naar. Uiteindelijk mocht ik toch naar de ULO, het werd de Kohnstamm ULO aan de Hoenderparkweg. Die heb ik dus in 3 jaar doorgelopen, nadat ik de 2e klas 2 keer gedaan had vond de directeur het welletjes en kon ik de school verlaten. Op naar de LTS aan de Molenstraat, dit was het helemaal. 3 Jaar werktuigbouwkunde en 2 jaar VUTO  en ik mocht naar de UTS aan de Condorweg. Helaas na een redelijk brugklasjaar een desastreuze 1e klas Werktuigbouwkunde mocht ik weer vertrekken. Ik was een man van de praktijk en niet van de theorie was inmiddels wel duidelijk geworden. Ik ging werken bij de DRAI aan de Kayersdijk om het gat te vullen tot mijn diensttijd. In maart 1967 werd ik opgeroepen om mijn dienstplicht te vervullen. Na 2 maand basisopleiding kreeg ik de keus, 18 maand als kanonnenvlees dienen of  21 maand als monteur zware wielvoertuigen werken. Ik koos voor het laatste want ik had nog geen verdere toekomstplannen. In Steenwijkerwold heb ik een schitterende diensttijd gehad en van daar uit ook nog meegedaan aan de Nederlandse Militaire zwemkampioenschappen. Na mijn diensttijd heb ik 9 maanden bij Grootenhuis Verwarming aan de Molenstraat gewerkt om vervolgens in september  1969 bij Van Gelder Papier te gaan werken als onderhoudsmonteur. Maar wat ik altijd al wilde was werken met m’n handen, m’n hoofd en gehandicapte mensen, toen het in 1977 steeds slechter ging bij VGP kon ik na een sollicitatie van 7 maanden bij het Sociaal Werkvoorzieningschap Oost Veluwe als werkmeester aan de slag in Epe waar ik 31 jaar gewerkt heb. Merendeels van die tijd heb ik mij bezig gehouden met het begeleiden van medewerker en ontwikkelen van de alom bekende Twinny Load. In 2008 ging ik na de zoveelste reorganisatie met Prepensioen en geniet hier nu al bijna 12 jaar van. We kamperen tegenwoordig, nu dus even niet, door heel Europa en dat bevalt prima.

Mijn jeugd bracht ik wanneer het kon buiten door, het begon met zwemmen in Rodeo Farm maar dat ging volgens mij al redelijk snel dicht na 1954. Toen konden wij dus  lekker schaatsen op de baden, later deden we dat op de kanovijver maar ook achter het Klein Seminarie en het kanaal. We speelden veel in het Sprengenbos en dieper het bos in o.a. met de slee de bult af. Mijn vader had een grote metalen slee gemaakt en onze buurman had een Ford Consul en die trok onze en nog zo’n 5 sleeën voort door de buurt. Ook gingen wij nog dieper het bos in en struinden dan bij de vuilnisbelt waar tegenwoordig het Gelre Ziekenhuis staat. Een grote smerige stank boel was het daar. Verder slootje springen over de beken en de kloekhuizen saboteren en vissen op stekelbaarsjes voor de forellenkwekerij. Mijn moeder kwam uit TsjechoSlowakije en vanaf 1955 mochten mijn opa en oma alleen op visite komen eind 1960 kwamen zij voor het eerst samen naar Nederland. Ik ging dan vaak paddenstoelen zoeken met mijn opa. Toen de rolschaatsbaan op Malkenschoten kwam daar veel geweest. Maar de mooiste rolschaatsbaan vond ik die op het Schubertplein, die was ook mede oorzaak dat ik mijn scholen verprutste. Aangezien het al heel lang geleden verjaard is mag ik hier wel opbiechten dat ik ook bij Guus Nep kwam, wij deden dan een gulden in de automaat en dan kon je er een rol drop of iets anders uit halen met wisselgeld. Wij kwamen er echter achter dat je de achterdeur van de automaat open kon duwen en dan gingje met je hand omhoog en omlaag om de vakjes leeg te halen. Dit ging een poosje goed, maar toen stond Blommetje met een college voor de zaak en werden er willekeurig 2 jongens meegenomen. Het merendeel van ons clubje werd niet gepakt. In het zwemseizoen was ik meestal bij de Hagenbrug te vinden, ik heb daar leren zwemmen en later mocht ik ook helpen aan de kassa voor een zakcentje. In de herfst gingen we vaak wat verder de bos in tegenover de Kakelhof voorbij Beekbergen, want daar waren tamme kastanjebomen. Een keer is een van de jongens uit een boom gevallen en heeft zijn arm gebroken.

Aan sporten heb ik ook nog gedaan, het begon met gymnastiek, oftewel turnen. Ik werd lid van KDO en we hadden les in de Finse school, later verhuisden we naar de sportzaal van de Ulo in het Zuiderpark en toen ik bij de “heren”kwam gingen we naar de sportzaal van de KHBS. Op mijn 14e ging ik bij de reddingsbrigade, de AVRB, daar heb ik mijn vrouw leren kennen en ben in 1973 met haar getrouwd. In 1969 werd ik gevraagd of ik wilde helpen bij zwemles geven van gehandicapten in het Sportfondsenbad, dat heb ik gedaan en ben daar zo’n 10 jaar leider geweest, We hebben daar meerdere bewoners van Groot Schulenburg en andere instellingen en thuiswonenden leren zwemmen en zelfs diploma’s laten halen. Toen ik al even getrouwd was ben ik op een schietvereniging gegaan, de Koninklijke Schutters van de Veluwe. Heb daar een paar jaar geschoten maar koos er uiteindelijk voor om een meer conditie vragende sport te gaan doen. Het werd badminton, na enkele jaren ook daar mee gestopt en een racefiets aangeschaft. Dat heb ik zo’n 25 jaar gedaan en enkele jaren geleden ben ik ook daar mee gestopt. Tegenwoordig ben ik alleen nog regelmatig aan de waterkant te vinden met mijn hengels, de enige sport die ik nu en bijna mijn hele leven al doe. Van mijn 20e tot mijn 70e heb ik bijna elk jaar geskied, eerst in TsjechoSlowakije, daarna Oostenrijk toen Tsjechië en uiteindelijk de laatste 10 jaar in Frankrijk. Toen het skiën afgelopen was zijn we het Noorderlicht op gaan zoeken, eerst in Lapland en dit jaar zagen we hem in IJsland. 

De laatste jaren kom ik nog weinig in Zuid. Wel elk jaar ,behalve dit jaar, de NL Doet dag bij de kinderboerderij waar we dan allerlei klussen doen met “Oud Zuiders”. Dat is dan weer heel gezellig en nuttig met een heerlijke lunch van Jumbo van van de Bunt en als afsluiting een gezellig onderonsje. Via FB heb ik nog wel contact met oude buurtgenoten en kom regelmatig een van hen aan de waterkant tegen en op FB waar hij dan weer zijn grote gevangen Barbelen showt.

Ik heb altijd met veel plezier in Zuid gewoond en denk nog regelmatig terug aan die tijd.